Beyazgül Hanım


  • Kayıt: 28.09.2026 20:14:30 Güncelleme: 28.09.2026 20:14:30

Beyazgül Hanım 


De lange historie van Turks-Nederlandse romantiek is vrijwel onbekend. Waar de eerste Turkse president Mustafa Kemal Atatürk (1923-1938) een diepgaande briefwisseling had met de Nederlandse Koningin Wilhelmina, was dit stof voor romantische gevoelens tussen de twee staatshoofden. Het deed veel wenkbrauwen fronzen dat de Nederlandse koningin Wilhelmina als één van de eerste vorsten de betrekkingen met het net opgerichte Turkije preserveerde door de Nederlandse ambassadeur van het Osmaanse Rijk meteen ten faveure van de Republiek Turkije aan te stellen in 1923. Ook stuurde zij eenhoogstpersoonlijke en informele felicitatie aan de charismatische Atatürk omwille van zijn successen. Dat Atatürk een naam en reputatie heeft als bon vivant, is dan ook de geschiedenis ingegaan als de laatste romantische contacten tussen in een flinke reeks van liefdesrelaties tussen diplomaten uit Turkije en Nederland; respectievelijk het Osmaanse Rijk en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.  

De eerste goedgedocumenteerde liefde is er één welke minder omringd is door roddels, vermoedens, en insinuaties: de Nederlandse ambassadeur Cornelis Calkoen (1726 – 1744) was als een blok gevallen voor de Osmaans-Turkse hofdame Beyazgül Hanım.1 Calkoen stond bekend als een flirter, en rokkenjager die genoot van het goede leven met veel drank, eten, en mooie vrouwen zonder enige serieuze intenties maar dit veranderde toen hij Beyazgül Hanım zag. De, hoogstwaarschijnlijk van Armeense of Tsjerkesische origine zijnde, Beyazgül stond bekend als een beeldschone vrouw die aan het Osmaanse hof werkte. Hoe Calkoen met haar in contact kwam, is onbekend maar het zou kunnen dat hij haar op 14 september 1727 zag toen hij het paleis van de Osmaanse Sultan Ahmet III in İstanbul bezocht.  

Meteen daarna was de romantiek tussen de twee beklonken; daar Beyazgül niet alleen beeldschoon was maar ook nog eens intelligent, was ze de perfecte vrouw voor Calkoen die haar ook gebruikte om interne informatie te ontfrutselen. Beyazgül werkte in het Osmaanse paleis en wist veel van de intriges aan het Osmaanse hof waardoor Calkoen hier goed op kon inspelen. De band tussen de twee staten nam een stijgende lijn aan door de liefde tussen deze twee. Toch eindigde het niet op een positieve wijze. Al in hun eigen tijd werden Beyazgül en Calkoen vergeleken met het verhaal van Romeo en Julia; beide koppels hadden een sterke, maar verboden liefdesrelatie.  

Dat Calkoen Beyazgül niet alleen maar gebruikte om informatie te winnen over de intriges aan het Osmaanse hof, bleek toen hij zijn aanstelling bleef verlengen. Waar het gebruikelijk was om na vier jaar in het buitenland, weer terug te keren naar het thuisfront, bleef Calkoen maar liefst 18 jaar (!) in İstanbul. Uiteindelijk kon de Staten-Generaal in 1744 niet anders dan Calkoen terug naar Den Haag te roepen om hem ook eens in persoon een debriefing te laten doen van zijn werk in het Osmaanse Rijk. Calkoen vroeg zijn geliefde Beyazgül om op hem te wachten maar de reis van İstanbul naar Den Haag nam maar liefst zeven maanden in beslag. Tot overmaat van ramp werd Calkoen aangesteld als diplomaat in Frankrijk, wat hij resoluut weigerde. Hij wilde alleen maar verenigd worden met zijn geliefde in İstanbul en weigerde elke andere functie. Calkoen was zelfs bereid om een lagere functie aan te nemen onder zijn rang als ambassadeur zolang het maar in het Osmaanse Rijk was.2 

Calkoen werd pas in 1763 herbenoemd aan het Osmaanse hof en bleef al die tijd trouw aan zijn Beyazgül. Van zijn oude gewoonten als charmante en knappe playboy was in al die jaren weinig meer overgebleven, volgens het dagboek van Jacob Bicker Raye (1732-1772) was Calkoen inmiddels zo dik “dat zijn mouw de wijdte van een rok had”.3 Hij had elk interesse in vrouwen verloren, bleef ongehuwd en kinderloos omdat hij alleen nog maar oog had voor Beyazgül. Zelfs toen er duizenden kilometers afstand tussen hen beiden was en ze jaren op elkaar moesten wachten, bleven ze elkaar trouw. Het noodlot trof toen Calkoenop 3 maart 1764 overleed aan het begin van zijn tocht naar İstanbul. Beyazgül stierf meteen hierna aan liefdesverdriet. Deze maand bestaat mijn overpeinzing uit het promoten van het nieuwe boek van Ilse Naves Scheidel4 waar onder andere dit verhaal staat…  

Drs. Armand Sağ 

Historicus en turkoloog 

www.armandsag.nl